About Adriaan

EnglishNederlands

The Rich Sculptures of Adriaan de Villiers

Adriaan de Villiers (Cape Town, 1984) names in all of his descriptions of his work the Spanish architect, Gaudi as one of his main sources of inspiration. He knows his work mainly through pictures though. When de Villiers was in the Netherlands recently with the Thami Mnyele artist-in-residence program in Amsterdam, he decided to go to Barcelona. The journey was for many reasons eye-opening. The wonderful creations of Gaudi surpassed his greatest expectations. He realised more than ever that he is capable of taking the reality of what Gaudi created, and make a personal interpretation of what he saw.

De Villiers chose ceramics as his discipline. He makes rough sketches of his next sculpture and sculpts it without losing his original vision for it. When other ideas arise during the creation process, these are freely expressed. He finds it little problem when the kiln surprises him with unexpected and unintentional colours. He finds the surprise-element an attractive side to ceramics. By preference he makes large sculptures. One and a half to two meters high is no exception. He finds it fun when the viewer stands eye-to-eye with his work, if he himself does not become intimidated by it.

De Villiers is fascinated by architecture. His latest series comprises various different types of towers. He chooses towers so that he can make diverse references with it. Towers such as ‘The Tower of Babel’. The tower as a phallic symbol, but also the tower as religious symbol. The heavy symbolism may be taken seriously, but the artist gives us a humorous take on these themes.
In his formal execution there are various details to be observed. The angles are not straight and the colours are not strict. These are frivolous and loose.

Adriaan de Villiers’ influences are varied. The voluptuous extravagance of Gaudi is obviously present in his sculptures. The brashness of Hundertwasser is unmistakably observed. The richness of Russian architecture also leaves its traces. Even the erotic laden symbolism of Gustav Klimt is hard to ignore. Eventually the references are undermined. They never form more than a starting point, a beginning of a personal, fantastical journey. The South African places a degree of awkwardness in his sculptures. It is not smoothly finished. Not everything is in balance. Yet another way of distancing himself from heavy subject matter.

De Villiers observed all sorts of buildings in Holland. Churches, but also the Hermitage where he could familiarise himself with Russian architecture. One way or other these will make an impression on his work. It is important to realise, that the most important influence on his figurative language still finds its origins in his fatherland. The South African Flower Kingdom finds the most direct translation in his baroque sculptures (the titles does not allow there to be a misunderstanding).

In 2010 South Africa hosts the soccer World Cup. At the moment all sorts of stadiums are being built by foreign architects, because the country has a lack of expertise in the field. Against this backdrop the stadium sculptures of de Villiers must be seen. It is a colourful, extravagant and unorthodox protest against these developments.
The artist stands open for other cultures, but he does not plan to sacrifice his own culture.
* Rob Perrée
Amsterdam: December 2009

De Rijke Sculpturen van Adriaan de Villiers

Adriaan de Villiers (Kaapstad, 1984) noemt in al de beschrijvingen van zijn werk de Spaanse architect Gaudi als één van zijn inspiratiebronnen. Hij kende diens werk echter alleen van plaatjes. Toen De Villiers onlangs in Nederland was voor een artist-in-residence bij het Amsterdamse Thami Mnyele besloot hij naar Barcelona te gaan. Die reis was om een aantal redenen oogopenend. De wonderlijke scheppingen van Gaudi overtroffen zijn stoutste verwachtingen. Anderzijds besefte hij meer dan ooit dat hij in staat was geweest om de werkelijkheid van de Spanjaard naar zijn hand te zetten en er een persoonlijke interpretatie van te geven. Hij was zijn inspiratiebron ontgroeid.

De Villiers heeft voor keramiek als discipline gekozen. Hij maakt ruwe schetsjes van zijn volgende beeld en voert die dan uit zonder er zich door te laten vastleggen. Komen er tijdens het scheppingsproces andere ideeën naar boven, dan krijgen die alle vrijheid. Hij vindt het evenmin een probleem als de oven hem verrast door onverwachte en onbedoelde kleuren te produceren. Dat toevalselement vindt hij juist één van de aantrekkelijke kanten van keramiek. Bij voorkeur maakt hij grote sculpturen. Anderhalf tot twee meter hoog is geen uitzondering. Hij vindt het prettig als de kijker oog in oog staat met zijn werk, als hij er misschien zelfs licht door geïntimideerd wordt.

De Villiers is gefascineerd door architectuur. Zijn laatste serie beelden bestaat uit allerlei soorten torens. Hij kiest voor torens omdat hij daarmee diverse verwijzingen kan maken. Torens zoals de ‘Toren van Babel’ die door het ingrijpen van God eindigde in een staat van opperste (taal)verwarring. De toren als symbool van macht. Mannelijke macht, fallische macht. Maar ook de toren als een religieus symbool. De kunstenaar slaagt erin die zware symboliek, die zeker serieus genomen moet worden, steeds weer van een lichte toets te voorzien. Daarbij spelen de kleuren bijvoorbeeld een rol. Die zijn vaak vrolijk en allesbehalve mannelijk. Bovendien zijn er in de formele uitvoering allerlei details waar te nemen die haaks staan op strengheid en keurslijvigheid. Die zijn eerder frivool en los.
Datzelfde spel speelt Adriaan de Villiers met zijn invloeden. Natuurlijk schemert de haast wellustige overdaad van Gaudi door in zijn sculpturen. Natuurlijk is de ongeremdheid van Hundertwasser onmiskenbaar aanwezig. Natuurlijk laat de rijke Russische architectuur zijn sporen na. Zelfs het erotisch geladen Symbolisme van kunstenaars als Gustav Klimt valt moeilijk te veronachtzamen. Toch worden die verwijzingen ook weer allemaal ondermijnd. De Villiers gaat ermee op de loop. Ze vormen nooit meer dan een uitgangspunt, een begin van een eigen, fantastische reis. Daarbij komt, dat de Zuid Afrikaan een zekere onhandigheid in zijn sculpturen stopt. Ze zijn niet gladjes afgewerkt. Ze zijn niet noodzakelijk in balans. De kleuren zijn niet nauwkeurig op elkaar afgestemd. Een andere manier om afstand te nemen van mogelijke bronnen.

De Villiers heeft in Nederland allerlei gebouwen bezocht. Kerken, maar ook de Hermitage omdat hij daar kennis kon maken met de Russische architectuur. Op de een of andere manier zullen die indrukken een weg vinden in zijn werk. Het is echter wel goed om te beseffen, dat de belangrijkste invloed op zijn beeldtaal nog steeds zijn oorsprong vindt in zijn vaderland. De Zuid-Afrikaanse bloemenpracht vindt de meest directe vertaling in zijn barokke sculpturen (de titels laten daar geen misverstand over bestaan).

In 2010 is Zuid-Afrika gastheer voor het wereldkampioenschap voetballen. Daarvoor worden op dit moment allerlei stadions gebouwd. Door buitenlandse architecten, omdat het land zelf te weinig deskundigheid in huis blijkt te hebben. Tegen dat licht moeten de stadionsculpturen van De Villiers gezien worden. Het zijn kleurige, overdadige, onorthodoxe protesten tegen deze ontwikkeling.
De kunstenaar staat open voor andere culturen, maar hij is niet van plan zijn eigen cultuur ervoor in te leveren.

Rob Perrée
Amsterdam, december 2009.